Het Zandbijwaaiertje

Foto: Het volwassen mannetje van het zandbijwaaiertje heeft vleugels met een spanwijdte van 6-10 mm. ( Foto: www.eis-nederland.nl/werkgroepen/overige-insecten/waaiervleugeligen/levenswijze-waaiervleugeligen)

Een oplettende wandelaar zou in maart, op een zonnig zandpad in de Oostereng of het Bennekomse heitje, wel eens getuige kunnen zijn van de seksuele escapades van het Zandbijwaaiertje, een parasitair insect dat het grootste deel van zijn leven doorbrengt in het lichaam van een Grijze zandbij.

 Vorig jaar april en mei schreef ik over de Grijze zandbij en over Koekoeksbijtjes die inbreken in het nest van een zandbij om daar hun eitjes in te leggen. Alsof dat niet erg genoeg is worden zandbijen ook nog eens belaagd door Zandbijwaaiertjes. Dat zijn parasitaire insecten die leven in het lichaam van een zandbijvrouwtje zonder haar te doden. Hun kop-borststuk steekt als een bruin speldenknopje uit het achterlijf van een zandbij.

Een bruin speldenknopje op het achterlijf van een zandbij, dat is al wat je ziet van een volwassen vrouwtje van het Zandbijwaaiertje. (Foto: Albert de Wilde)

Volwassen vrouwtjeswaaiertjes hebben een made-achtig lijf zonder poten. Volwassen mannetjes hebben wel poten en vleugels. Zandbijwaaiertjes scheiden een stofje uit waardoor de zandbijen waarin zij leven al heel vroeg in het voorjaar hun nest verlaten, veel eerder dan niet-geparasiteerde zandbijen. De mannetjes van het waaiertje kruipen dan uit het achterlijf van hun gastvrouw en gaan op zoek naar een zandbij met een vrouwtjeswaaiertje in haar achterlijf. Vrouwtjeswaaiertjes produceren een stofje dat hun gastvrouw sloom maakt, zodat ze gemakkelijk kunnen worden benaderd door de mannetjeswaaiertjes. De heren hebben haast, want zij leven maar een paar uur.

Vrouwtjeswaaiertjes zijn levendbarend. Ze blijven in hun zandbij tot hun larven groot genoeg zijn. Half april, als de niet-geparasiteerde zandbijen uitvliegen, komen er tienduizenden piepkleine larfjes uit een vrouwtjeswaaiertje. Deze primaire larven hebben een springstaart en poten waarmee zij zich vasthouden aan het achterlijf van hun gastvrouw. Wanneer de gastvrouw een bloem bezoekt springen de waaiertjeslarven over op de bloem. Daar wachten ze op een volgende zandbij om zich aan vast te klampen en mee te liften naar diens nest.

In het nest aangekomen vreten zij zich naar binnen in een zandbijlarve en veranderen in een secundaire larve zonder poten, die leeft op kosten van de bijenlarve. Wanneer de zandbijlarve zich verpopt, verpopt ook de waaiertjeslarve en boort zijn kopje door de huid van de zandbij naar buiten. Samen overwinteren zij, in afwachting van het volgend voorjaar.

Als je in maart een slome Grijze zandbij op de grond ziet scharrelen, is deze waarschijnlijk geparasiteerd door een vrouwtje van het Zandbijwaaiertje. Heel misschien zie je dan op het achterlijf van de zandbij een of meer fladderende mannetjes van het Zandbijwaaiertje, die proberen te paren met het kopborststuk van een vrouwtjeswaaiertje dat met haar achterlijf in het achterlijf van de zandbij zit. De natuur heeft rare kostgangers.

 

Reageren naar: wim.braakhekke@renkumsbeekdal.nl

Meer lezen:        www.repository.naturalis.nl/document/124842

www.eis-nederland.nl/werkgroepen/overige-insecten/waaiervleugeligen

Reacties

Wim Braakhekke

Auteur: Wim Braakhekke

Wim Braakhekke is natuurgids en sinds juni 2017 ook bestuurslid van Stichting Renkums Beekdal.