Bruin zandoogje

Bruin zandoogje (foto: Jerina van der Gaag)
Maniola jurtina
Het Bruin zandoogje heeft een voorvleugellengte van 21 tot 28 millimeter en is hoofdzakelijk bruin van kleur. Bij het vrouwtje bevindt zich op de bovenkant van de voorvleugel een oranje veld. Op beide voorvleugelpunten is aan weerszijden een zwarte oogvlek zichtbaar.
Bruin zandoogje (foto: Mink Zijlstra)

Het Bruin zandoogje is een vlinder van graslanden en ruigten. De vlinder heeft een grote nectarbehoefte. De aanwezigheid van voldoende bloeiende kruiden is dan ook een belangrijke voorwaarde voor het voorkomen van deze soort. Als nectarplant worden verschillende kruiden gebruikt, waaronder Akkerdistel, Gewone braam en Rode klaver. De rupsen leven van allerlei grassen. Ze overwinteren in graspollen. Het Bruin zandoogje vliegt in één generatie, van begin juni tot eind augustus. Mannetjes patrouilleren laag boven de graslanden en ruigten op zoek naar vrouwtjes; vrouwtjes zitten veel meer stil en laag in de vegetatie. Het Bruin zandoogje was tijdens de KNNV-inventarisatie in 2014 de meest getelde vlinder. De soort is vooral waargenomen in de graslanden langs de rand van het beekdal (D), maar werd ook aangetroffen in de Grunsfoortweide (G). De aantallen in herinrichtingsgebied ‘Beukenlaan’ (V) lagen beduidend lager.
Meer informatie: www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/bruin-zandoogje