Onkruid bestaat niet (of toch wel?)

Ik weet nog goed dat ik tijdens mijn opleiding meeliep met iemand die in natuurgebieden planten inventariseerde. We hadden een streeplijst waarop we aangaven welke soorten we allemaal hadden gezien. De plantjes werden goed bekeken en gedetermineerd op soort. We bewonderden lintbloemen, behaarde stengels en spitse zaaddozen. De dag erna ging ik mijn zwager helpen in zijn tuin. Dezelfde soorten die we de dag ervoor zorgvuldig op onze lijst hadden aangestreept moesten nu uitgetrokken en weg geschoffeld worden.

Onkruid bestaat niet. Of eigenlijk alleen in een bepaalde context. Het betekend in feite ‘ongewenst kruid’. Een bepaalde plant kan door de een gekoesterd en door de ander gewraakt worden. Het ‘onkruid’ in uw tuin is in natuurgebieden vaak zeer gewenst. Omdat het er van nature thuis hoort en plaats bied aan insecten en dient als voedsel voor vogels en andere dieren. Toch hebben we in de natuurgebieden ook last van ‘onkruid’. Gek genoeg zijn dit vaak weer planten die uit de tuinen komen. Deze soorten komen oorspronkelijk uit andere landen of zijn gekweekt en doen het soms zo goed in ons klimaat dat ze niet te stoppen zijn. Ze verdringen andere soorten die hier van nature thuis horen. Natuurlijke vijanden als schimmels of insecten hebben ze vaak niet hier. Dus kunnen ze lekker doorgroeien. We noemen dat een invasieve exoot. Onze inheemse planten die hier thuis horen krijgen dan minder kans en daarbij dus ook de dieren die afhankelijk zijn van deze planten. Dat is natuurlijk niet wat we willen. We proberen dan van alles om de invasie van de exoot tegen te gaan en dat valt niet altijd mee.

Onlangs is de gele maskerbloem gesignaleerd in het beekdal. Dit is een soort die van oorsprong uit de Rocky mountains komt en die zich soms flink kan verspreiden. Toch is dit niet een soort waar we ons meteen heel druk om maken.

Japanse duizendknoop
Japanse duizendknoop

In het Renkums beekdal komt de Japanse duizendknoop voor. Een soort die heel erg woekert en moeilijk tegen te houden is. We doen momenteel op verschillende plekken proeven om manieren uit te proberen de Japanse duizendknoop tegen te gaan. Een manier is door het telkens te maaien wanneer hij begint te groeien. Je put hem uit. Daar is wel een hele lange adem voor nodig. Gif zijn we niet zo happig op maar er zijn een paar plekken in het beekdal waar met verschillende gifstoffen wordt uitgeprobeerd wat het beste werkt. Een methode van gif toediening is door het direct in de wortel te injecteren. Dit is echter een tijdrovende en kostbare klus. Na een paar jaar moet naar voren komen wat de beste manier is om deze plant te bestrijden.
Verder zijn er een paar plekken waar de reuzenbereklauw voorkomt. Dit is een prachtige grote plant met brede bladeren en grote bloemschermen. Hij kan meer dan twee meter hoog worden. Ook deze plant kan erg woekeren en zich flink uitzaaien. Een ander nadeel is dat het sap van deze plant werkt als een soort zuur dat blaren veroorzaakt in de zon. Als je de plant kneust en het sap op je huid krijgt, spoel het dan heel erg goed af en bedek de huid direct tegen de zon.
Op sommige plekken laten we de reuzenberenklauw staan. Wel halen we de bloemen er uit om verspreiding door zaad te voorkomen. Dat is op plekken waar nauwelijks mensen komen. Staan ze echter op plekken waar men met de hond loopt of waar kinderen spelen dan halen we ze zoveel mogelijk weg.

Zorg dat je een soort als de reuzenberenklauw goed kunt herkennen om problemen te voorkomen. De gewone berenklauw is een stuk kleiner dan de reuzenberenklauw. Deze is wel inheems en een belangrijke waardplant voor insecten. Deze willen we natuurlijk wel behouden! Die mag op mijn streeplijstje.

Tekst: Boswachter Jaël Bergwerff

Reacties

Stichting Renkums Beekdal

Auteur: Stichting Renkums Beekdal

Stichting Renkums Beekdal is een initiatief van Staatsbosbeheer, IVN en de gemeente Renkum.