Verdroging van het Beekdal: oorzaken en oplossingen

Interview met Wim Braakhekke

Er wordt veel gesproken over het droogvallen van de beken in het Beekdal. Daarbij wordt vaak gewezen naar Parenco als een grote veroorzaker. Klopt de beeldvorming of is het probleem gelaagder dan men denkt? En hoe wordt er binnen de Stichting Renkums Beekdal nou echt gekeken naar de verdroging van het gebied?

Tijd om eens te gaan praten met Wim Braakhekke, bioloog en van 2017 tot september 2026 bestuurslid bij Stichting Renkums Beekdal. Ook is Wim al sinds 2015 natuurgids en coördinator van de natuurgidsen bij de stichting en dat blijft hij gelukkig nog even doen.

Wim ontvangt ons bij hem thuis. Zodra we aan tafel zitten begint hij over de Grove dennen die in het verleden op grote schaal zijn aangeplant in het gebied. Een belangrijk punt als het gaat om de grondwaterstand, zoals verderop in het gesprek zal blijken. Maar om het probleem goed te kunnen begrijpen gaan we eerst terug naar het ontstaan van het beekdal. Of, om met Wim te spreken: “Hoe is het landschap ontstaan? Wat heeft de mens ermee gedaan? Waar zie je dat nog aan?”

Ontstaan van het gebied

Wim legt aan de hand van een kaart uit hoe het gebied ontstaan is. In de voorlaatste ijstijd ontstond de spoelzandvlakte van Wolfheze. Deze is omsloten door stuwwallen, die in de voorlaatste ijstijd door gletsjers zijn gekanteld en opgestuwd. De bodem van de stuwwallen bestaat uit lagen zand, grind en klei. De bodem van de spoelzandvlakte bestaat alleen uit zand en grind dat door het smeltwater van gletsjers is afgezet. Op de kaart ziet de spoelzandvlakte eruit als en trechter. Het regenwater dat er valt wordt door de Renkumse en de Heelsumse beken afgevoerd naar de Nederrijn.

Aan het einde van de middeleeuwen kwamen de eerste watermolens in het gebied. Om deze draaiende te houden werden de beken verlegd naar de zijkanten van het dal en werden sprengen gegraven om ze van water te voorzien. Op oude schilderijen en tekeningen is goed terug te zien dat de beken toen veel breder en voller waren dan nu. Dit menselijk ingrijpen heeft het beekdal veranderd in het gebied zoals we dat nu nog kennen. Maar helaas zien we tegenwoordig minder volle en vaak ook droog liggende beken.

Oorzaken verdroging

Wim noemt vier oorzaken voor verdroging van het Beekdal. De eerste is de verandering van het landgebruik. Als je nu over de Veluwe wandelt zie je veel dennenbossen. Dit is niet de oorspronkelijke begroeiing. De dennen zijn vanaf de tweede helft van de 19e eeuw aangeplant om zandverstuiving tegen te gaan. Het dennenhout werd gebruikt als stutten in de steenkoolmijnen in Limburg. Wim: ‘Dennenhout kraakt voordat het breekt. Héél handig in de mijnen!’ Het bleek minder handig voor de grondwaterstand in het Beekdal: het aanplanten van naaldbos is de eerste en oudste oorzaak van grondwaterstandsdaling.

Oorspronkelijk was de spoelzandvlakte bedekt met heide en stuifzand. Toen verdampte pakweg 25% van de regenval en zakte 75% van de regen naar het grondwater. Na het aanplanten van de dennen veranderde dit naar zo’n 75% verdamping en 25% grondwater. Naaldbomen zijn het hele jaar groen. Na een regenbui blijft aan iedere naald een druppel hangen. Die droogt op zonder dat de boom of de bodem er wat aan heeft.

Om dit te veranderen zou je de naaldbossen kunnen vervangen door loofbos (‘verloven’). Wim pleit voor een kleinschalige aanpak, zodat het bosecosysteem zich aan kan passen aan de veranderingen. Hij ziet het liefst spontaan opkomende inheemse boomsoorten, zoals berken en eiken, die het van nature goed doen in de spoelzandvlakte. Inheemse soorten zijn belangrijk voor de biodiversiteit. Er kunnen honderden insectensoorten op voorkomen. ‘En als ze dood zijn dubbel zoveel’ zegt Wim lachend. Er worden tegenwoordig ook wel uitheemse boomsoorten aangeplant die het goed doen in een warmer klimaat, maar die dragen veel minder bij aan de biodiversiteit.

Een tweede oorzaak van de verdroging is de verlaging van het grondwaterpeil rondom de Veluwe (Flevopolders, Gelderse en IJsselvallei en Betuwe) ten behoeve van landbouw en woningbouw. Daardoor stroomt het grondwater ondergronds sneller weg naar de omgeving en is de grondwaterstand op de Veluwe gedaald.

Oorzaak drie is de onttrekking van water in het gebied voor drinkwater, industrie en landbouw. Het pompstation La Cabine van Vitens bij Papendal heeft grote invloed op de grondwaterstand, vooral bij de Heelsumse beken. Ook Parenco, die grondwater gebruikt voor de productie van karton, draagt bij aan een lager grondwaterpeil. De ENKA in Ede gebruikte tot 2002 veel grondwater voor de productie van kunstvezels. Beregening van landbouwgrond met grondwater speelt volgens Wim een kleinere rol, maar helpt de grondwaterstand niet.

Terloops komt nog ter sprake dat het in de aard van de beken ligt om hun eigen verdroging te faciliteren. Ze voeren namelijk grondwater af, ook al is het relatief weinig. Daarom probeert de IVN-werkgroep Beken en sprengen het beekwater langer vast te houden, want de soortenrijke beekecosystemen willen we wel behouden.

De vierde oorzaak is klimaatverandering. De neerslag is flink toegenomen in de afgelopen eeuw. Dat zou goed nieuws moeten zijn, maar toch is er verdroging van de bodem opgetreden. Dit komt door de manier waarop de neerslag valt en de periode waarin het valt. Grote hoosbuien worden niet goed opgenomen door de grond. En de opwarming van de aarde zorgt voor langere warme periodes en daardoor voor meer droogte en verdamping van het water in periodes waarin het water het hardst nodig is.

Na jaren van droogte bereikten de beken in 2024 opeens de hoogste waterstand sinds tijden. Oorzaak: extreem veel neerslag in najaar 2023 en voorjaar 2024 en lage temperaturen in 2024. Het lag dus niet aan verminderde winning van grondwater voor drinkwater en industrie. Misschien dat de beregening van landbouwgrond wel wat minder was dan anders. Inmiddels hebben we weer twee droge jaren achter de rug en staan de beken weer droog.

Oplossingen

Als je de oorzaken kent, wordt vanzelf duidelijk wat de mogelijke oplossingen zijn:

  • Het ‘verloven’ van bossen staat bovenaan de lijst.
  • Als Parenco water uit de Rijn gaat gebruiken en productiewater hergebruikt zal dat ook flink helpen. Dat geldt ook voor verplaatsing van de drinkwaterwinning bij La Cabine naar de Betuwe.
  • Als drainage rondom de Veluwe stopt zou dat natuurlijk helpen, maar ‘niemand wil de Betuwe en de Flevopolders onder water zetten, dus dat gaat niet gebeuren’, aldus Wim.
  • Ook CO2-maatregelen hebben indirect een positieve invloed, doordat ze de opwarming van het klimaat afremmen.

En mocht je je als bezorgde lezer afvragen wat jij kan doen: wees zuinig met water. Gebruik regenwater voor de plantjes en het doorspoelen van het toilet, misschien kan het douchen iets korter, etc.

Samenvattend

Het grondwatergebruik van Parenco is zeker niet de enige boosdoener als het gaat om verdroging van de beken. Ook het verlagen van het grondwaterpeil rondom de Veluwe is een factor. Van mogelijk nog grotere invloed is de bosbouw. Vervanging van naaldbos door loofbos en open vegetatie kan op lange termijn veel goed doen.

Maar vergeet niet je eigen watergebruik in huis en tuin onder de loep te nemen en aan te passen. Wim: “Alle beetjes helpen als je het met miljoenen doet. Bewustwording en gedragsverandering zijn misschien wel het belangrijkst.”

Wil je je verder verdiepen in het onderwerp? Lees dan zeker het artikel van Flip Witte ‘De onzekere toekomst van Veluwse beken.’

Wil je uitgebreidere informatie over het ontstaan van het beekdal? Lees dan: De gebieden – Renkums Beekdal

Steek je graag de handen uit de mouwen en wil je helpen bij het onderhoud van de beken? Kijk dan op Mee met de Laarzengroep van IVN – Renkums Beekdal.